De startersregeling is bedoeld om ondernemerschap vanuit de WW te stimuleren en het beroep op een WW-uitkering te verminderen. Deelnemers ontvangen gedurende 26 weken een WW-uitkering die 29% lager is. In die periode maakt het niet uit hoeveel uren iemand aan het eigen bedrijf werkt of hoeveel inkomsten daaruit voortkomen. Ook geldt er tijdens de startersperiode geen sollicitatieplicht.
Uit de cijfers blijkt dat de meeste deelnemers relatief kort in de WW zaten voordat zij startten met hun onderneming. In 2025 begon bijna de helft van de deelnemers binnen drie maanden na instroom in de WW met de startersregeling. Gemiddeld zaten deelnemers 4,3 maanden in de WW voordat de startperiode inging.
In totaal werden in 2025 7.756 startersregelingen beëindigd. Daarvan stroomden 5.938 deelnemers volledig uit de WW. Het grootste deel van deze groep, 3.993 mensen, ging volledig door als zelfstandige. Daarnaast bereikten 1.305 deelnemers de maximale duur van hun WW-uitkering, gingen 218 mensen in loondienst en viel een deel onder de categorie ‘overig’.
Hoewel het aantal toegekende en beëindigde startersregelingen lager ligt dan in 2024, laat de publicatie zien dat de regeling nog altijd een duidelijke rol speelt bij de stap van werkloosheid naar zelfstandig ondernemerschap. Voor mensen met een kansrijk ondernemersplan kan de startersregeling ruimte bieden om een bedrijf op te bouwen zonder direct volledig afstand te doen van de WW-uitkering.
WW-gerechtigden die gebruik willen maken van de startersregeling moeten vooraf hun ondernemersplan aan UWV voorleggen. UWV geeft toestemming wanneer de kans groot is dat iemand met het eigen bedrijf voldoende inkomsten kan verdienen, zodat de WW-uitkering op termijn niet meer nodig is.
Bron: UWV